Religieuze scholen en inperking

Nederland is een land waar iedereen in ieder geval naar de basisschool en de middelbare school, dan wel het LBO gaat, waarbij de leerplichtige leeftijd tot 16 jaar is. De overheid heeft de leerplicht zodanig geregeld dat een leerling in principe naar school moet tot zijn 16de en niet de mogelijkheid heeft voor thuisonderwijs behoudens een aantal uitzonderingen. Het religieuze karakter van een school komt vooral tot uiting bij de basisscholen. Zo zijn er protestants-christelijke, rooms-katholieke, reformatorische, algemeen christelijke, interconfessionele, evangelische, islamitische, hindoeïstische, boeddhistische, joodse, Rudolf Steiner en spirituele basisscholen. Deze verscheidenheid vindt in mindere mate bij het middelbare onderwijs en in nog mindere mate bij het LBO. MBO, HBO en universiteiten hebben soms ook een levensbeschouwelijke grondslag.

De grote verscheidenheid aan typen levensbeschouwelijke scholen laat niet onverlet dat de meerderheid van de middelbare scholen openbare zijn, naast een niet gering aantal scholen dat zich weliswaar christelijk noemen maar waarvan vrijwel niets is te merken in de dagelijkse gang van zaken. Het aantal kinderen dat naar een openbare school ging was in het schooljaar 2003/2004 33%. De meerderheid (67%) ging dus naar een school met een religieus karakter, ook wel bijzonder onderwijs genoemd alsmede onderwijs met een levensbeschouwelijke grondslag. In 2015/2016 was die verhouding grofweg 50% geworden. Er heeft dus een duidelijke verschuiving plaats gevonden van bijzonder onderwijs naar openbaar onderwijs.

Er is al enige tijd een discussie op gang gekomen die gaat over de vraag of scholen met een religieuze grondslag moeten worden ingeperkt in de financiële steun die ze van het rijk krijgen. Het gaat hier immers om belastinggeld. Er zijn volgens gegevens van 2015 42% gelovigen versus 58% niet-gelovigen in Nederland. (14% theïsten, 28% ietsisten, 34% agnosten en 24% atheïsten). Gelovigen zijn dus een zeer significante minderheid.

De Nederlandse maatschappij is gebaseerd op de vrijheid van meningsuiting en op het principe van voor elkaar zorgen. Vanuit de overheid gezien zijn de diverse verzekeringen met in het bijzonder de zorgverzekering daar getuige van. De vrijheid van meningsuiting komt tot uiting in de politiek. Vanuit het individu gezien komt dat tot uiting in het grote aantal vrijwilligers en de diverse sociale netwerken waar mensen iets opzetten om dingen samen te kunnen regelen. Je kunt hierbij denken aan onder andere carpool platformen en diverse buurtapps. Onze maatschappij is dus gebaseerd op solidariteit en daarom is het dan ook belangrijk dat er in Nederland geen inperking plaats vindt voor scholen met een religieuze grondslag.

 

Door Joep de Kraker

 

Leave a Comment