Gamen is goed voor je!

Gamen is lekker. Als je in deze tijd nog geen spel hebt gespeeld dan is dat een keuze. We zijn omringd door spellen, door games. Het woord videospel lijkt alweer uit een ander tijdperk te stammen, maar dat is in principe wel waar we over spreken. Ik herinner me nog heel goed dat mijn bloedeigen moeder me wekte, midden in de nacht, en me blij liet zien dat ze level 89 gehaald had van een bekend – en zeer verslavend – spookspelletje op de Super Nintendo. Wat een tijden waren dát. Ik en mijn broertje (later broertjes) vermaakten ons eindeloos, totdat de spelcomputer ineens weg was. Ik kan me niet herinneren waar het ding nu is, maar dat is ook niet het belangrijkste. Het enige wat mij bij is gebleven zijn Super Mario, Duck Hunt en nog vele andere legendarische spellen. Iedereen moest er aan geloven, en ja, ook tijdens onze logeerpartijtjes bij oma en opa ging onze SNES mee.

Gamen is goed voor je!

We groeiden ermee op, en dat is maar goed ook. De spelletjes boden een uitdaging die ongekend was. Je reactievermogen, ruimtelijke inzicht, creativiteit en zoveel meer werden in één klap aangesproken en getraind. Stond men destijds ook stil bij deze prachtige effecten van het spelen van videospellen? Ongetwijfeld, echter zijn de positieve effecten van gaming niet zo heel lang gelden pas daadwerkelijk onderzocht en daadwerkelijk bevestigd. Dus een advies voor alle ouders is dan ook om de Playstation of Xbox nog even niet de deur uit te doen; een tot twee gamen per dag is juist heel goed voor je koters – mits het huiswerk af is, uiteraard!

Natuurlijk kun je de klassiekers niet vergelijken met de spellen die heden ten dage over de toonbank gaan. De principes blijven echter hetzelfde; je probleemoplossend vermogen wordt aangesproken middels puzzels, behendigheidstaferelen en meer. Een beetje neo-darwinist zou zelfs kunnen pleiten dat een goed potje Assasins Creed of FIFA onze oerinstincten aanspreekt en ons daarom zo goed doet.

Gamers hebben geen vriendin. Vooroordeel?

Het is niet zomaar dat er legers zijn die Call of Duty als oefening zouden gebruiken, of piloten flight-simulators inzetten. We bevinden ons in een tijdperk waarin we langzaam maar zeker een overgang zullen maken naar volledig digitale, virtuele werelden; ik hoef maar Google Glass of Oculus Rift te spuwen en een beetje te refereren naar een zekere meesterlijke film met een hacker genaamd Neo en een de kist vol theorieën kan worden geopend. Onze kinderen, en anders wel onze kleinkinderen, zullen opgroeien in meerdere werelden, wellicht nauwelijks meer buiten komen (en dat gebeurde al heel lang niet meer) en de gevolgen die deze ontwikkeling van volledige game-realiteiten waarin in men op kan gaan zullen groots zijn. Zoals zo veel in het leven biedt gaming ook een soort compensatie; kijk even naar WoW-spelers en opkomende game-subculturen en je zult zien wat ik bedoel. Ben je gamer, dan heb je bijvoorbeeld geen conditie, geen sociaal leven en al helemaal geen wederhelft. Gamen is leven, je liefde. Maar waarom? En hoe zal dit in de toekomst zijn? Als daadwerkelijk álles vervangen kan worden, en jij je ideale zelf kan zijn, naar jouw wens, in jouw wereld? Zullen we dit toestaan, hebben we daar iets over te zeggen? Wat betekent dit voor bibliotheken, computers, sociale interactie, de economie – en educatie? Of hebben we er helemaal geen controle over…?

Gamen, in je eigen wereld leven, al dat leuks. Het kan – in mijn optiek – genieën maar ook gekken voortbrengen. Hoe gek we het maken, dát hebben we zelf in de hand.

Leave a Comment