Profielkeuze

Van leerlingen wordt constant verwacht dat ze keuzes maken. Één van die belangrijke keuzes komt in het derde leerjaar van de Havo en het VWO; de profielkeuze. En laat dat nou een hele belangrijke keuze zijn. Je profielkeuze beïnvloedt namelijk direct welke vervolgopleidingen je straks over twee of drie jaar wél kan doen en vooral welke je niet meer mág doen. En dus beïnvloedt het ook de beroepen die je niet meer kan kiezen of worden.

 

Je hebt zowel op de Havo als op het VWO de keuze uit vier profielen:

  • Cultuur & Maatschappij
  • Economie & Maatschappij
  • Natuur & Gezondheid
  • Natuur & Techniek

 

C&M kies je als je vooral uitblinkt in talen, geschiedenis, kunst, en aardrijkskunde. Je hebt dan totaal geen gevoel voor wiskunde, natuurkunde of andere exacte vakken (meestal).  Op de Havo is het zelfs niet meer verplicht om met dit profiel wiskunde te hebben in je pakket. Op het VWO nog wel, omdat dit een vereiste is van veel universitaire opleidingen. Op het VWO kies je met C&M voor wiskunde C of A. Je kan ook wiskunde B kiezen, maar dit komt nauwelijks voor. Voor het verschil tussen de verschillende soorten wiskundes moet u naar beneden scrollen. Je ontwikkelt je creativiteit en leert dit naar andere mensen over te brengen. Communicatie. talen, inlevingsvermogen, praten, luisteren, sociaal, maatschappelijk, artistiek en media zijn de kernwoorden die horen bij dit profiel.

 

E&M kies je als je feeling hebt voor economie en economische vraagstukken. Verder nemen veel mensen het vak M&O (Management&Organisatie, vroeger Economie2) erbij. Dit profiel kan je zowel combineren met Wiskunde A of B. Met wiskunde B heb je straks meer keuzes bij het kiezen van je vervolgopleiding. Dé weg naar het zakenleven“, zo zou je dit profiel kunnen omschrijven. Je bent veel met rekenen en onderzoeken bezig.

 

N&G: Natuur en Gezondheid is een profiel gericht op medische en biologische richtingen. Je kunt met dit profiel ook de meer technische en natuurwetenschappelijke kant op door bepaalde vakken (wiskunde B en/of natuurkunde) te kiezen.

 

N&T: Het profiel Natuur en Techniek heeft de meeste exacte vakken. Dit profiel bereidt niet alleen voor op een technische richting, je kunt ook opleidingen doen op het gebied van bijvoorbeeld natuur-, aard- en milieuwetenschappen, informatica, gezondheidszorg of technische communicatie


Dit zijn ze. En zoals ze op een rijtje staan van boven naar beneden, zo wordt ook gezegd dat het van makkelijk naar moeilijker gaat. Natuurlijk verschilt dat erg per kind, maar het is wel zo dat meer mensen sneller een voldoende halen voor vakken als Kunst, Geschiedenis, Aardrijkskunde en Economie, dan voor vakken als Natuurkunde, Scheikunde en Biologie.

Bij het maken van een keuze is de eerste vraag natuurlijk: wat is de ambitie van het kind? Als je een beroep als arts ambieert, is het duidelijk dat je één van de laatste twee profielen kiest. Als je een beroep als advocaat ambieert, heeft dat natuurlijk niets te maken met de laatste twee profielen. Je moet dus kijken waar de voorkeur van het kind naar uit gaat. Als hij of zij dat nog totaal niet weet, ben je natuurlijk nog steeds niet verder gekomen.

De volgende logische stap is natuurlijk om te kijken naar de capaciteiten. Dat betekent dus: kijken naar de cijfers van de leerling voor de vakken. Zitten de hoge cijfers bij economie, geschiedenis en de talen? Of bij de exacte vakken als wiskunde, natuurkunde en scheikunde?

Dit bepaalt namelijk of de leerling een zogenaamde ‘alfaleerling’ of bètaleerling’ is.

Alfa (niet exact): mensen die die goed zijn ik de vakken Geschiedenis, Aardrijkskunde, Economie, Talen etc.

Beta (exact): mensen die goed zijn in Wiskunde, Natuurkunde, Scheikunde, Biologie etc.